Werken bij het NIOO

Het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) is één van de onderzoeksinstituten van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), met ruim 200 medewerkers, gastonderzoekers en studenten. De meeste van onze medewerkers zijn afkomstig uit de (internationale) wetenschap: hoogleraren, onderzoeksmedewerkers en promovendi. Daarnaast zijn ook de collega’s in ondersteunende functies, zoals HR, communicatie, financiën, ICT en facilitair, onmisbaar. Iedereen levert vanuit het eigen vakgebied met passie een bijdrage aan een leefbare wereld. Wil jij dat ook?
Landingspagina

Diversiteit en inclusie

Wij vinden een werkomgeving waarin iedereen zich welkom en gewaardeerd voelt van groot belang. Samen streven we naar een inclusieve cultuur waarin we verschillen omarmen.

Meer over dit onderwerp
Werken bij (Diversiteit)
© Perro de Jong / NIOO-KNAW

Feiten en cijfers

  • Mensen
    Ruim 200
  • Nationaliteiten
    >30
  • Vrouw/man
    52% / 48%
  • Lopende onderzoeksprojecten
    >120

Vacatures

Wij zijn regelmatig op zoek naar nieuw talent. Ben je geïnteresseerd in werken bij het NIOO-KNAW? Bekijk hieronder de vacatures en neem gerust contact op.

  1. Medewerker Receptie & Facilitair

    Categorie
    Aanstelling
    Ben jij servicegericht, gestructureerd, communicatief vaardig en op zoek naar een afwisselende baan? Dan ben jij misschien wel de nieuwe medewerker Receptie & Facilitair van het NIOO.
  2. Managementassistent

    Categorie
    Aanstelling
    Krijg je energie van regelen en organiseren? Spreekt het je aan om dit werk in de inspirerende wereld van de wetenschap te doen?
  3. Hoofd Facilitaire en Technische Dienst

    Sluitingsdatum:
    Categorie
    Aanstelling
    Wil jij bijdragen aan goed lopende technische en facilitaire processen en het beheer van ons duurzame gebouw en daarmee in één moeite door aan een gezond ecosysteem en een duurzame(re) wereld? Wacht niet langer en reageer.

Stages

  1. How do nutrients and temperature affect cyanobacterial bloom toxicity?

    Categorie
    Stage
    Toxic cyanobacterial blooms threaten freshwater quality, made worse by climate change and eutrophication. The toxicity of these blooms depends not only on cyanobacteria quantity but also on the presence potentially toxin-producing species and genotypes, and their varied toxin production.
  2. Climate-proof soils by steering soil and residue microbiomes - ClipsMicro

    Categorie
    Stage
    Are you ready to dive into the world of microbial ecology applied to agricultural research? Join us in the "ClipsMicro" project at the Netherlands Institute of Ecology (NIOO) and play a crucial role in developing nature-based agricultural management strategies.
  3. Modeling yeast metabolism in plant phyllosphere

    Categorie
    Stage
    In this project, our primary focus will be on delving into the physiology of these less-researched yeast strains residing in the phyllosphere using computational tools, reconstruct a genome-scale metabolic model and predict carbon utilization.
  4. Veldwerk en data analyse met koolmezen

    Categorie
    Stage
    Do you want to have an interesting internship that involves handling birds and a lot of field work? In that case we are looking for you!
  5. Trekken planten natuurlijke vijanden van hun wortelbelagers aan?

    Categorie
    Stage
    Als planten worden aangevallen door bovengrondse insecten, worden bij een aantal plantensoorten stoffen vrijgemaakt die de parasitoiden van de insecten aantrekken. Er is vrijwel niets bekend of eenzelfde soort fenomeen (aantrekking van antagonisten als reactie op wortelaantasting door nematoden, insecten, of schimmels) zich ook in de bodem voordoet. Het is ook niet bekend of de inductie van een reactie van een plant op een insect bovengronds een effect heeft op een wortelherbivoor (nematode, insect).
  6. Student project Licht op Natuur

    Categorie
    Stage
    Light pollution is increasingly recognised as one of the strongest anthropogenic factors that can impact ecosystems. At the NIOO-KNAW, we investigate the impact of light on nocturnal species, such as bats, amphibians, mice and mustelids. We try to understand their response to the colour composition of light, and the ligth intensity
  7. Modelleren van aquatische voedselwebben

    Categorie
    Stage
    Om voedselwebben te onderzoeken, worden twee benaderingen naast elkaar toegepast: computermodellen en modelecosystemen (voedselwebjes). De belangrijkste experimentele ecosystemen die gebruikt worden zijn zogenaamde chemostaten: vaten van 1,6 liter waarin het plankton zich bevindt en die een continue aanvoer van verse voedingsstoffen hebben. Verder hebben we ook de beschikking over de Limnotrons (zie afbeelding), van zo'n 1000 liter, die meer worden gebruikt om grootschaliger processen te betuderen. Tijdens experimenten worden regelmatig monsters genomen uit beide typen modelecosytemen om veranderingen te volgen in de planktongemeenschap (bijv. aantallen, mate van verdediging) en abiotische variabelen (bijv. pH of nutriënten).
  8. Ecologische en evolutionaire interacties tussen waardplant, pathogene schimmel, en herbivoor insect: aanpassingen in een complexe wereld

    Categorie
    Stage
    Een groot deel van de potentiële reproductie van planten in natuurlijke populaties gaat verloren door toedoen van pathogenen en herbivoren. Twee anjerachtigen, Silene alba en S. dioica worden in ons land bijvoorbeeld geïnfecteerd door de brandschimmel Ustilago violacea, die de vruchtbeginsels van geïnfecteerde bloemen aborteert, en de helmhokjes gebruikt om haar eigen sporen in te produceren.
  9. De rol van secundaire plantenstoffen in de smalle weegbree in resistentie tegen pathogenen en herbivoren

    Categorie
    Stage
    Secundaire plantenstoffen kunnen een rol spelen bij afweer tegen zowel herbivoren als fytopathogene schimmels. In natuurlijke populaties wordt vaak een grote mate van genetische variatie in (constitutieve) gehaltes aan secundaire plantenstoffen gevonden. Een algemeen aanvaarde verklaring hiervoor is dat er kosten verbonden zijn aan deze vorm van afweer: waardgenotypen met hoge gehaltes hebben een selectief voordeel bij hoge selectiedruk door herbivoren, maar genotypen met lage gehaltes, d.w.z. lage kosten, bij een lage selectiedruk.

HR team

Maak kennis met het HR team