Nieuwe methode helpt gevoeligheid diersoorten voor klimaatverandering voorspellen

picturepaperMartijn
©

Nieuwe methode helpt gevoeligheid diersoorten voor klimaatverandering voorspellen

Persbericht

Bij veel soorten verandert het gedrag, uiterlijk of gewicht door klimaatverandering. “Vaak nemen we aan dat zulke veranderingen slecht zijn voor een soort,” zegt NIOO-ecoloog Martijn van de Pol. “Maar bijna altijd is het nog onduidelijk in hoeverre en in wat voor situaties de aantallen dieren of planten ook werkelijk afnemen.” En alleen dan - of als ze juist sterk toenemen - is het relevant voor natuurbeschermers en beleidsmakers.

Het probleem is dus, dat het meeste onderzoek tot nu toe geen uitsluitsel geeft over waar het uiteindelijk om draait: de veranderingen in de populatiegroottes van een soort door klimaatverandering. Dat kan leiden tot ongefundeerde maatregelen. Daar komt bij dat er van het overgrote deel van de soorten überhaupt weinig gegevens zijn. Van de Pol loste dit op, samen met zijn promovenda Nina McLean van The Australian National University en collega’s van the British Trust for Ornithology en het NIOO.

“We hebben een methode ontwikkeld, waarmee we met een beperkte hoeveelheid veldgegevens toch kunnen testen bij wat voor type diersoorten klimaatverandering het sterkst doorwerkt in de populatie-aantallen,” licht Van de Pol toe. Voor het beschermen van diersoorten zijn maar beperkte middelen beschikbaar. “Het ontdekken van ‘algemene regels’ voor die impact van klimaatverandering is belangrijk om tot een betere prioritering te komen. Welke soorten hebben het hardst bescherming nodig?”

Wat voor diersoorten lopen dan het meeste risico? Zijn het bijvoorbeeld de langlevende soorten, of de zogenaamde habitat-specialisten die afhankelijk zijn van een heel specifiek stukje natuur? Dat zijn de antwoorden die de onderzoekers nu willen achterhalen. De eerste test hebben ze al gedaan: met vogels. En dat is niet toevallig, want daarvan is namelijk – hoewel ook hier niet compleet – nog de meeste informatie voorhanden. De gegevens zijn van 35 soorten Britse bosvogels uit de jaren 1966 tot 2013.

Sommige vogelsoorten gingen eerder eieren leggen door een warmer voorjaar en andere later. De latere leggers kregen minder kuikens, maar de meeste van die populaties bleken opvallend genoeg niet kleiner te zijn geworden. Andere effecten dempen daar de uiteindelijke impact. Daarna kwam het interessantste deel: in wat voor soorten werkt de verandering in eilegdatum nu wèl sterk door op de populatieaantallen?

Eerdere studies suggereerden vogelsoorten met maar één legsel per jaar als kwetsbaar bij veranderingen in eilegdatum. Het aantal legsels per jaar blijkt met de nieuwe methode een goede voorspeller voor de klimaatgevoeligheid – overigens wel met een andere onderliggende reden. Dat aantal legsels zouden we dus ook kunnen gebruiken voor voorspellingen bij soorten waar we verder maar weinig van weten. Dus zonder details over legdatum, voortplantingssucces en aantalsveranderingen.

Op dit moment zijn de onderzoekers al begonnen aan de volgende test, met een grotere set Nederlandse gegevens, in samenwerking met het Vogeltrekstation van het NIOO. Van de Pol licht een tipje van de sluier op: “Het gaat nu om zo’n 50 vogelsoorten en in totaal meer dan 200.000 individuen. Hoe werken veranderingen in gewicht door in de overleving en het aantal vogels in de populatie? We zijn heel nieuwsgierig wat daar uitkomt.”

Het NIOO is met ruim 300 medewerkers en studenten een van de grootste onderzoeksinstituten van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Het is gespecialiseerd in de ecologie van het water en het land. Sinds 2011 is het gevestigd in een duurzaam gebouwd onderzoekspand in Wageningen. De historie van het onderzoek gaat meer dan 60 jaar terug en loopt door ons hele land, en ver daarbuiten.

Voor meer informatie:

  • Wetenschapsvoorlichter ir. Froukje Rienks, NIOO-KNAW, tel. 06-10487481 / 0317-473590, f.rienks@nioo.knaw.nl

Artikel: Predicting when climate-driven phenotypic change affects population dynamics, Nina McLean, Callum R. Lawson, Dave I. Leech & Martijn van de Pol, Ecology Letters (2016) 19: 595–608