Meest voorkomende dier leeft vooral in Hoge Noorden

Onderzoeker neemt een bodemmonster in Antarctica
© Diana Wall

Meest voorkomende dier leeft vooral in Hoge Noorden

Eerste wereldwijde inventarisatie benadrukt impact klimaatverandering via bodem
Persbericht

Uit de eerste wereldwijde bodeminventarisatie van aaltjes blijkt dat de grootste aantallen in Arctische gebieden voorkomen, en niet in de tropen. Deze bodemwormpjes-studie is gestart door onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en uitgevoerd met gegevens van een groot internationaal team. In Nature leggen ze deze week uit waarom klimaatverandering via deze aaltjes een enorme impact kan hebben.

Het is de eerste keer dat wereldwijd in kaart is gebracht hoeveel aaltjes of sjieker gezegd ‘nematoden’ zich in de bodem bevinden. En dat is interessant, omdat deze kleine vooral bodembewonende wormpjes de meest voorkomende diergroep op onze planeet vormen. Er zijn 57 miljard keer zoveel aaltjes in de bodem als mensen op aarde. Alles bij elkaar zijn dat ruwweg 4,4 x 1020 diertjes, veel meer dan eerder gedacht, en 300 miljoen ton aan gewicht in bodemaaltjes.

Ook de totale hoeveelheid koolstof die in al die aaltjes zit, is berekend door het onderzoeksteam. Aaltjes zijn natuurlijk veel kleiner dan mensen: meestal minder dan een millimeter lang. “Als je vergelijkt met mensen zit er in totaal ongeveer de helft aan koolstof in aaltjes,” weet hoofdauteur en NIOO-onderzoeker Stefan Geisen. Een aanzienlijke hoeveelheid dus.

Meer aaltjes, meer CO2

“Wat het opmerkelijkst is, is dat de meeste aaltjes zich in de bodem van Arctische gebieden bevinden,” zegt co-auteur Wim van der Putten van het NIOO. Meestal horen we over de enorme aantallen dieren in de rijke Tropen. Dat klopt wel voor bovengronds levende dieren, maar niet voor deze bodembewoners.

(Tekst loopt door onder de foto's)

Images
  • Foto: Diana Wall
  • Foto: Casper Quist

Ongeveer 38 % van alle aaltjes in de bodem leeft in bossen en toendra’s verspreid over Noord Amerika, Scandinavië en Rusland. In de gematigde gebieden leeft 24 % en slechts 21 % zit in de tropen en subtropen.

Door de lage temperaturen dichtbij de Noordpool zullen de aaltjes in het Hoge Noorden nu nog niet zo actief zijn. Maar als de temperaturen er verder oplopen door klimaatverandering, worden al die aaltjes actiever. Ze gaan dan de aanwezige bacteriën en schimmels opeten en maken zo veel voedingsstoffen vrij. Daardoor kan de afbraak van het veen in het Hoge Noorden versnellen, met een grote uitstoot van CO2 tot gevolg. En dat vergroot op zijn beurt het broeikaseffect, waardoor het klimaat op aarde nog sneller opwarmt. “Kortom: deze studie versterkt het idee dat we er alles aan moeten doen om de huidige klimaatverandering tegen te gaan,” legt Van der Putten uit. “Als we dat niet doen, gaan er allerlei processen lopen die de temperatuurstijging verder versterken. Dat is een belangrijke conclusie van deze studie.”

Alle onderzoekers verzamelen!

De studie concentreert zich op de bovenste 15 cm van de bodem, die biologisch het meest actief is. Voor de studie zijn de gegevens van 6759 bodemmonsters bijeen gebracht. De onderzoekers bekeken ook de functies van de verschillende groepen aaltjes, die een zeer grote rol spelen voor de vruchtbaarheid in Nederlandse landbouwbodems.

Hoofdauteur Geisen verzamelde alle aaltjesinformatie van over de hele wereld, door een uitgebreid netwerk van collega-onderzoekers in te schakelen. Het Centrum voor Bodemecologie (CSE), een samenwerkingsverband van het NIOO met Wageningen Universiteit, heeft al een aantal nematologen (aaltjesonderzoekers) in huis en samen met hen heeft Geisen onderzoekers van over de hele wereld uitgezocht. Die onderzoekers heeft hij benaderd met de vraag of ze met hun gegevens aan de Nature studie wilden bijdragen. Met het Crowther Lab van het ETH in Zürich, van voormalig NIOO-onderzoeker Tom Crowther, is deze enorme vracht aan data verwerkt.

Het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) is met ruim 300 medewerkers en studenten een van de grootste onderzoeksinstituten van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Het is gespecialiseerd in de ecologie van het water en het land: hoe werkt de natuur? Sinds 2011 is het gevestigd in een duurzaam gebouwd onderzoekspand in Wageningen. De historie van het onderzoek gaat meer dan 60 jaar terug en loopt door ons hele land, en ver daarbuiten. www.nioo.knaw.nl

Voor meer informatie:

Artikel: Soil nematode abundance and functional group composition at a global scale, Van den Hoogen & Geisen et al., Nature, online 24 juli 2019, doi: 10.1038/s41586-019-1418-6

NIOO-auteurs: Stefan Geisen (één van de twee hoofdauteurs), Wim van der Putten, Gerard Korthals, Casper Quist en Rutger Wilschut.