Bijzonder cadeau voor zestig jaar koolmezenonderzoek

Meneer op ladder
©

Bijzonder cadeau voor zestig jaar koolmezenonderzoek

Persbericht

Sinds 1955 onderzoekt het NIOO koolmezen en een aantal andere vogelsoorten die in nestkasten broeden. In vier gebieden in Nederland kijken onderzoekers wanneer de koolmezen hun eieren leggen en wanneer de jongen uitkomen. Al deze jongen krijgen een aluminium ringetje van het Vogeltrekstation met een uniek nummer zodat de vogels hun leven lang te herkennen zijn. Zo kunnen ouders en jongen aan elkaar gekoppeld worden in stambomen, een soort permanent bevolkingsonderzoek.

Vroeg genoeg?
Het eerste ei dat op 28 maart in Oosterhout is gevonden, is het vroegste in de 60 jaar dat er onderzoek gedaan wordt. Maar het is maar de vraag of we blij moeten zijn met dit 'cadeau', zegt Marcel Visser, hoofd van de afdeling Dierecologie en leider van het onderzoek.

‘Natuurlijk is het elk jaar weer leuk om de eerste eieren te vinden. Voor ons is dat echt de start van het veldonderzoek-seizoen. Toch is het maar de vraag of 28 maart wel vroeg genoeg is. Niet alleen de mezen reageren op het warme voorjaar. De bomen en de rupsen zijn nog veel temperatuurgevoeliger. Daardoor lopen de mezen in warme voorjaren achter bij hun voedsel, en zijn er niet genoeg rupsen voor de jongen.'

Warme voorjaren komen steeds vaker voor. Vorig jaar was een uitzondering, zegt Visser. 'In 2013 hadden we juist het laatste broedseizoen in 59 jaar voor de koolmezen.'

Vier gebieden
Het NIOO-koolmezenonderzoek is de langstlopende populatiestudie aan gewervelde dieren in de wereld. Het is uniek dat de onderzoekers in vier verschillende terreinen tegelijkertijd werken. In het Nationale Park de Hoge Veluwe, op Vlieland, in Oosterhout en in het Liesbos bij Breda hangen honderden nestkasten. De vier gebieden zijn zorgvuldig uitgekozen op bostype en op hun al dan niet geïsoleerde ligging.

Het langetermijnonderzoek heeft al een belangrijke rol gespeeld bij een beter begrip hoe soorten zich kunnen aanpassen aan een warmer wordende wereld, maar ook bij het beantwoorden van vragen waarom het ene jaar 60 paar koolmezen op de Hoge Veluwe broeden en het andere jaar 180. Of waarom koolmezen 10 eieren leggen en geen 5 of 15.

De datareeksen uit het langetermijnonderzoek leveren zo de getallen voor het beantwoorden van steeds nieuwe vragen.

(Foto: Caspar Janssen via Twitter)

__________________________________________________________________________

Het NIOO is met ruim 220 medewerkers en studenten een van de grootste onderzoeksinstituten van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Het is gespecialiseerd in de ecologie van het zoete water en het land.

Voor meer informatie:

  • Prof. dr. Marcel Visser, hoofd afdeling Dierecologie NIOO-KNAW, tel. 0317-473439 / 06-51392453, m.visser@nioo.knaw.nl

Tweeten