Beleef de Lente 2026: Snertverhaal

Bomen uitgelopen half mei
© Peter de Vries/NIOO-KNAW

Beleef de Lente 2026: Snertverhaal

Beleef de lente
Blog

De kuikentjes van Beleef de Lente maken het goed. De ouders blijven onafgebroken voedsel aanslepen en het is prachtig om te zien hoe de jongen met de dag groter worden en langzaam steeds meer in hun verenpak komen te zitten. Alles verloopt eigenlijk voorspoedig.

Goed voedsel is dus heel erg belangrijk. Niet alleen voor jonge Koolmezen, maar ook voor onderzoekers die met vogels werken. Vogelonderzoek doe je niet alleen tijdens de zogenaamde kantooruren. Vaak begint het werk al in de vroege ochtenduren en loopt het door tot laat in de avond. En vogels houden natuurlijk geen weekend, zoals wij mensen dat doen. Onderzoek aan vogels gaat daarom vaak ook gewoon door in weekenden, op Hemelvaartsdag — zoals vandaag — en tijdens de Pinksterdagen.

Maar terug naar het eten. Lange dagen buiten, in weer en wind, maken behoorlijk hongerig. Goed eten is dan essentieel. Daar moet ik altijd weer aan denken tijdens veldwerk op Terschelling. Als je daar Rotganzen aan het aflezen bent, ben je vaak meer dan tien uur per dag buiten bezig. Kleurringen aflezen is bepaald geen negen-tot-vijfwerk, je bent er eigenlijk de hele dag mee bezig.

En dus is het heerlijk om ’s avonds terug te keren naar het huisje waar je dan overnacht. Daar begon mijn collega (die heel graag kookt) tjidens een weekje kleurringen van Rotganzen aflezen, op de eerste avond meteen met het gooien van handenvol spliterwten in een enorme pan. Een dag later stond er heerlijke snert op tafel. En de dagen daarna aten we eigenlijk steeds variaties daarop. Snert met extra groente, snert gemengd met groentesoep en zelfs snert met spaghetti. Hieronder een mooie (en best wel grote) foto van de erwtensoep, ik denk een unicum in een blog over Koolmezen.

Peter de Vries/NIOO-KNAW

Jonge Koolmezen hebben enorme hoeveelheden rupsen nodig om goed te kunnen groeien. De ouders blijven dan ook de hele dag af en aan vliegen met voedsel om de jongen groot te brengen. Zelfs nadat de jongen zijn uitgevlogen, worden ze nog een tijd bijgevoerd totdat ze uiteindelijk zelfstandig genoeg zijn om op eigen benen te staan.

Eigenlijk geldt voor onderzoekers in het veld hetzelfde principe. Lange dagen buiten in kou, wind en regen kosten enorm veel energie. En net zoals jonge Koolmezen goed voedsel nodig hebben om sterk te worden, moeten wij tijdens veldwerk ook zorgen dat we continue goed eten. Dit geldt voor nagenoeg elke type veldwerk, of het nu onderzoek aan Koolmezen is of aan andere vogelsoorten. Vandaar dus die enorme pannen snert op Terschelling — ideaal voedsel na een lange dag Rotganzen zoeken in weer en wind.

Dus, als je straks weer kijkt naar de ouders die hun jongen onafgebroken van voedsel voorzien, denk dan ook even aan onderzoekers die na een koud en winderig dag in het bos of veld 's avonds met een dampend groot bord warm eten op schoot zitten. Want uiteindelijk draait het om precies hetzelfde: genoeg energie binnenkrijgen om door te kunnen gaan. De Koolmezen om hun jongen groot te brengen, en mees- en Rotgansonderzoekers om al dat werk in weer en wind vol te houden.