“Inkijkje in een wereld waar ik niks van wist”
“Inkijkje in een wereld waar ik niks van wist”
“Het is echt heel goed kijken waar je loopt”, waarschuwt Maaike van der Zanden terwijl ze de weg wijst naar haar onderzoeksplek. “Dit is echt een hotspot, en padden volgen ook dit soort wandelpaden”. Haar studenten zijn net klaar met de eerste ronde experimenten. Ze werken nog tot iets na middernacht door om genoeg padden te bestuderen.
De padden zijn weer volop in beweging. Elk jaar trekken ze rond deze tijd massaal van hun overwinteringsbos naar hun paarplek. Van der Zanden kijkt tijdens haar promotieonderzoek bij het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) wat kunstlicht doet met het gedrag van deze dieren, om uiteindelijk uit te vinden hoe de overtocht veiliger kan. Hiervoor gaat ze vier jaar lang tijdens de paddentrek, in februari en maart, het veld in om deze amfibieën op te zoeken.
Wat is de paddentrek?
“Padden zijn amfibieën, ze worden geboren in het water. Het eerste deel van hun leven zijn ze een kikkervisje, paddenvisje is technisch gezien geen woord. Daarna ondergaan ze metamorfose en worden het volwassen padden. Ze gaan dan het water uit en leven puur op het land. Ze komen alleen terug naar het water als het echt heel droog is, en om te paren. Want ze moeten natuurlijk hun eitjes in het water leggen. Padden overwinteren ondergronds, zodra het warmer wordt komen ze naar boven. En op het moment dat 's avonds de weersomstandigheden goed zijn, dat is boven de 6 maar liever 8 graden en lekker nat, trekken ze massaal van hun overwinteringsbos naar de paringsplaats." Het is zeker nat en warm genoeg vanavond wanneer ze de onderzoekslocatie laat zien, aan de hoeveelheid overstekende padden te merken.
Waarom is de paddentrek gevaarlijk voor padden?
"De paddentrek is maximaal 5 kilometer, met veruit de meesten tussen de paar honderd meter en anderhalve kilometer. Dat is niet zo ver, maar vaak zitten tussen het overwinteringsbos en de paringsplaats door mens gemaakte gevaren zoals putten en wegen. Een pad op de weg is niet waar je de pad wilt hebben. Ze bewegen zich namelijk heel langzaam. En als er een auto voorbijkomt worden ze of overreden, of als de auto snel genoeg gaat is de luchtdruk eronder al fataal. Als je op een avond heel veel auto’s hebt kan het dat je honderden padden kwijt bent."
Hoe houd je padden van de weg?
"Er zijn amfibietunnels die onder de weg door te maken zijn. Maar amfibieën willen de lucht boven zich zien, anders hebben ze het idee dat ze weer terug de grond in gaan. Dus als je een tunnel wil maken die goed is voor amfibieën moet er een soort gaas aan de bovenkant zitten zodat ze nog naar boven kunnen kijken. Dit is niet overal even makkelijk te maken, dus wat vaak gebeurt is dat mensen handmatig de padden overzetten. Op sommige plekken is het genoeg om op drukke momenten heen en weer te blijven lopen en wanneer je iets ziet over te zetten, maar op plekken waar heel veel padden komen is dat niet bij te houden. Daar staat een paddenscherm aan de zijkant van de weg en emmers in de grond gegraven." Van der Zanden legt uit dat padden niet goed kunnen springen, en niet over deze schermen heen kunnen klimmen. Daarom is een kleine muur als dit een effectieve barrière voor ze. "Een pad loopt dan tegen een scherm aan, loopt erlangs en valt in een emmer. Vrijwilligers halen daarna alle padden uit de emmers en zetten ze aan de overkant van de weg neer."
Wat heeft licht hiermee te maken?
"Vrijwilligers vertelden anekdotes dat er regelmatig groepjes padden onder lampen zitten. Die lampen staan bij de weg en daar willen we de padden niet hebben. Een aantal jaar geleden deden ze daarom een onderzoek waarbij ze delen van een paddenscherm hadden verlicht met verschillende kleuren om te kijken of er verschil is in aantrekking of afstoting van padden voor bepaalde kleuren licht. Toen vonden ze dat fel witlicht meer afschrikt dan andere kleuren."
"Dat was niet een heel uitgebreid onderzoek, vandaar dat ik probeer dat uit te breiden. Binnen mijn onderzoek kijk ik dus naar hoe licht het gedrag van padden beïnvloedt. Ik hoop dat we het licht kunnen gebruiken om de oversteek veiliger te maken. Als sommige kleuren afschrikken kun je dat bijvoorbeeld gebruiken op gevaarlijke punten. Om padden ergens van weg te halen, of te leiden naar veiligere oversteekpunten zoals zo’n tunneltje."
Hoe onderzoek je dit?
"Ik ben nu met twee experimenten bezig. Bij het ene hebben we een bospad verlicht, gewoon om te kijken hoe padden bewegen als ze licht tegenkomen in een natuurlijke situatie. Hier gebruiken we licht van 3000 Kelvin, dat is vaak de kleur van straatlantaarns. Bij het andere experiment plaatsen we de padden in een baantje, met aan een kant ervan een lamp en aan de andere kant niet. Lopen ze naar het licht toe? Lopen ze van het licht af? Hoelang blijven ze zitten? En bij dit baantjesexperiment testen we verschillende kleuren licht, ook kleuren die als meer natuurvriendelijk worden gezien zoals rood en amber."
Op de onderzoekslocatie laat Van der Zanden de twee lopende experimenten zien. Bij de natuurlijke situatie staan er op de trekroute een handjevol lampen op de grond gericht waar de onderzoekers het gedrag van de padden bestuderen. De baantjes van het andere experiment blijken een paar meter lange Pvc-buizen waar de bovenkant vanaf is gesneden zodat de padden de buitenlucht boven zich zien. Aan de ene kant van de rij buizen staan de gekleurde lampen.
"Omdat we geen extra licht kunnen schijnen gebruiken we vooral infraroodfoto's om het gedrag vast te leggen. Waar zitten de padden? Hoe lopen ze? Wanneer zijn ze weer weg? We hebben cameravallen, maar kunnen geen bewegingssensor gebruiken omdat padden koudbloedig zijn. Dus we maken de hele dag door elke 10 seconden een foto. Daarna moeten we al die foto's doorkijken. Vorig jaar hadden we ongeveer 60.000 foto's verzameld, waarvan driekwart leeg was. Dat kost heel veel tijd om doorheen te gaan. Dit jaar is het doel om de data van vorig jaar te gebruiken om in ieder geval de lege foto's eruit te kunnen filteren."
Hoe ben je bij dit onderwerp terechtgekomen?
“Ik had nooit eerder met amfibieën gewerkt. Maar hoe meer ik leer over padden, hoe interessanter ik ze ook vind.” Vervolgens stortte Van der Zanden zich op een opsomming van interessante paddenfeitjes, waaronder; "Padden en kikkers zijn de enige dieren waarvan we weten dat ze meerdere soorten staafjes in hun ogen hebben. Mensen zien geen kleur in het donker omdat we maar één staafje hebben. Padden hebben er twee, en kunnen daarom in het donker groen en blauw zien", en "En de melatonineproductie bijvoorbeeld. Bij mensen geeft het oog door aan de hersenen dat er licht is, en dan wordt er geen melatonine gemaakt. Maar bij padden komt het licht door hun schedel, wat ze opvangen met een lichtgevoelige plek in hun hersenen."
“Ik wist vroeger niet goed wat ik wilde doen, want ik vond alles boeiend. Ik vond de combinatie tussen ecologie en resultaten verwerken superinteressant. Ik deed niet per se veel veldwerk, ik vind het juist wel leuk om te kijken wat er in je resultaten zit. Nu is mijn veldwerk ’s avonds laat, het is koud, nat, niemand zit ernaar uit te kijken. Maar ik vind het toch meer hebben dan ik dacht. Ik keek er aan het begin een beetje tegenop, maar zo’n bos komt op een andere manier tot leven op zo’n moment. Als je daar ’s nachts in de regen loopt, met overal padden en salamanders en kikkers, krijg je een soort inkijkje in een wereld waar je niks van wist."