Friese kieviten verspreiden zich in winter over heel Europa

Lapwing
©

Friese kieviten verspreiden zich in winter over heel Europa

Persbericht

Kieviten die in het voorjaar pal naast elkaar broeden, kunnen wel een paar duizend kilometer uit elkaar overwinteren. Dit ontdekte een onderzoeker van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) samen met een Friese citizen scientist. Het maakt de kievitpopulatie flexibeler: dichtbij broedende vogels zijn eerder terug en kunnen dus eerder broeden. Desondanks gaan de aantallen kieviten overal schrikbarend achteruit.

Het zijn niet altijd kuddedieren, de kieviten. De ene helft van het jaar broeden ze wel gebroederlijk naast elkaar. Maar de verbaasde onderzoekers ontdekten bij geringde Friese broedvogels dat ze in het winterhalfjaar naar zulke uiteenlopende plekken als de Waddenzee, Ierland, Spanje en Marokko uitwaaieren. Met minuscule, lichtgevoelige dataloggers – zogenaamde ‘geolocators’ – konden ze de sterk uiteenlopende reizen van de buurvogels precies volgen. De resultaten staan nu in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Avian Biology.

In tegenstelling tot de grote verschillen tussen buren, bleken individuele vogels die een aantal jaar gevolgd konden worden redelijk trouw aan hun overwinteringsgebied en de periode waarin ze trekken. Ook bleek dat vrouwtjes die dichterbij de broedkolonie overwinterden in staat waren om eerder te broeden. Dat kan gunstig zijn voor de overlevingskansen van de kuikens.

In de problemen

“De grote variatie in trekgedrag, zelfs binnen één broedgebied, zou de vogels moeten helpen om negatieve effecten ergens langs de route te bufferen,” zegt NIOO-onderzoeker Götz Eichhorn. “Dat de kievit-populaties desondanks sterk afnemen, geeft aan dat er echt op grote schaal dingen mis zijn.”

Overal in Europa zit de kievit in de problemen. Veelal is het aantal broedvogels teruggelopen met 30 tot 50% in de afgelopen dertig jaar. “Deze soort was in Nederland in 2016 niet voor niets de Vogel van het Jaar,” legt Eichhorn uit. Onder andere het landelijke Vogeltrekstation, onderdeel van het NIOO, doet onderzoek naar de achteruitgang van de bekende weidevogel en luchtacrobaat. Dit is ook belangrijk om te weten voor lotgenoten: andere vogelsoorten met vergelijkbare problemen. Eichhorn: “De meeste onderzoekers denken dat verminderd broedsucces door voortdurende intensivering van de landbouw de belangrijkste oorzaak is. Daar komt nog de jacht in Zuid-Europa bij.”

Complete route

De broedkolonie bij het Friese dorp Nij Beets speelt een centrale rol in dit onderzoek. Mede-auteur Willem Bil kent de kolonies in Friesland op zijn duim. Hij is als vrijwilliger een echte ‘citizen scientist’. Van alle broedvogels wisten de onderzoekers er uiteindelijk acht helemaal compleet te volgen, waaronder drie zelfs een aantal jaren achter elkaar.

De geolocators meten de lichtintensiteit die de vogel ervaart. Hieruit leiden de onderzoekers voor iedere dag de dageraad en de schemering af en daarmee valt de positie op Aarde te schatten. De lengte van de dag bepaalt de breedtegraad en het plaatselijke moment van 12 uur ’s middags (of ’s nachts) bepaalt de lengtegraad. “Kieviten zijn echte trekkers. Sommige halen in 2 tot 4 dagen afstanden van wel 2000 kilometer.”

________________________________________________________________________________________

Het NIOO is met ruim 300 medewerkers en studenten een van de grootste onderzoeksinstituten van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Het is gespecialiseerd in de ecologie van het water en het land: hoe werkt de natuur? Sinds 2011 is het gevestigd in een duurzaam gebouwd onderzoekspand in Wageningen. De historie van het onderzoek gaat meer dan 60 jaar terug en loopt door ons hele land, en ver daarbuiten.

Voor meer informatie:

  • Vrijwilliger/citizen scientist Willem Bil, Vogelringstation Menork, tel. 06-20620841, info@menork.nl
  • Hoofd wetenschapscommunicatie Froukje Rienks, Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), tel. 06-10487481, f.rienks@nioo.knaw.nl

Foto’s: zie de kolom links voor downloads. Bronvermelding: Willem Bil/Vogelringstation Menork