Van de Waddenzee tot Taimyr: de reis en uitdagingen van rotganzen volgen

Jan Geisler
© Marije Ridder

Van de Waddenzee tot Taimyr: de reis en uitdagingen van rotganzen volgen

PhD in uitvoering
Blog

Elk voorjaar maken rotganzen een indrukwekkende reis van gematigde streken naar de Russische toendra. Onderweg worden ze voortdurend geconfronteerd met uitdagingen en moeten ze hun lichamelijke conditie nauwkeurig timen om zowel te overleven als zich succesvol voort te planten. Deze uitdagingen zullen waarschijnlijk nog groter worden in een snel veranderend klimaat, met name in het Noordpoolgebied, waar veranderingen hun migratie en broedsucces kunnen beïnvloeden.

Als je een route uitstippelt van Zuid-Afrika helemaal naar het hoge noorden, is er één cruciale tussenstop die je misschien over het hoofd zou zien: de Waddenzee. Vooral in het voorjaar wordt dit relatief kleine intertijdengebied een van de belangrijkste plekken langs de Oost-Atlantische trekroute. Hier bereiden talloze trekvogels zich voor (een mooier woord voor ‘vetmesten’) op hun lange reis naar het noorden, en de omstandigheden die ze in de Waddenzee aantreffen kunnen van grote invloed zijn op latere fasen van hun jaarlijkse cyclus.

Mijn promotieonderzoek aan het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), in samenwerking met het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteemdynamica aan de Universiteit van Amsterdam (IBED-UvA), focust op het begrijpen welke specifieke omstandigheden in de Waddenzee invloed hebben op trekvogels, welke ecologische mechanismen hierbij een rol spelen en hoe we deze kennis kunnen gebruiken om de waarde van de Waddenzee voor deze soorten te behouden of zelfs te verbeteren. Ik richt me op de zwartbuikrotgans (Branta bernicla bernicla), ongetwijfeld de mooiste soort om te bestuderen, die deel uitmaakt van het overkoepelende Waakvogels-project.

Onze ganzen volgen

Maar hoe kunnen we de effecten bestuderen die de omstandigheden in de Waddenzee hebben op individuele rotganzen, maanden later en duizenden kilometers verderop in de Russische toendra waar ze broeden en ruien op het schiereiland Taimyr? Waar we vroeger vooral vertrouwden op directe observaties, zoals het spotten van vogels, gebruiken we nu ook trackingapparatuur met hoge resolutie. Voortbouwend op eerdere studies en ervaringen hebben we tussen 2023 en 2025 rotganzen gevangen op het Nederlandse eiland Terschelling en ze uitgerust met deze trackers. Deze zenders leveren nu aanvullende gedetailleerde gegevens over waar de ganzen zich precies bevinden en wat ze het hele jaar door doen.

Jan Geisler / NIOO-KNAW
Halsbanden die worden gebruikt voor het volgen van rotganzen.

De complexe ecologische realiteit ontrafelen

Met behulp van deze aanvullende gegevens – en gelukkig zijn we soms nog steeds nodig in het veld voor directe observaties – kunnen we nu gedrag zoals foerageeractiviteit in de Waddenzee koppelen aan migratietijdstippen en – tot op zekere hoogte – voortplanting. Voorbeelden van migratietijdstippen zijn vertrekdata of beslissingen over tussenstops, zoals wanneer, waar en hoe lang er onderweg wordt gepauzeerd. Voorbeelden van voortplantingsresultaten zijn of een individu is begonnen met broeden en dit mogelijk heeft voltooid, iets wat we kunnen afleiden uit de bewegingen van de zender, of het aantal nakomelingen dat de ouders vergezelt wanneer ze terugkeren naar hun overwinteringsgebied. Maar zoals zo vaak in de ecologie is de werkelijkheid complex. Vogels worden blootgesteld aan meerdere, vaak op elkaar inwerkende omgevingsfactoren, waardoor het moeilijk is om oorzaak en gevolg van elkaar te onderscheiden. Juist deze uitdaging motiveert mij: ik wil deze verbanden begrijpen en blootleggen hoe lokale veranderingen in de Waddenzee invloed kunnen hebben op arctische trekvogels.

Jan Geisler / NIOO-KNAW
Een rotgans na vangst voor het aanbrengen van een zender.