Vijf jaar Marker Wadden: toekomst van innovatief natuurherstel

Marker Wadden 2018
© Perro de Jong / NIOO-KNAW

Vijf jaar Marker Wadden: toekomst van innovatief natuurherstel

Nieuws

Nu de eerste vijf eilanden van de Marker Wadden zijn ontwikkeld, kunnen wetenschappers de tussenstand opmaken. Zijn er in dit nieuwste stukje Nederlandse natuur inderdaad zoveel - en zoveel verschillende soorten - planten, vogels en vissen als werd gehoopt? En wat zijn de lessen voor andere natuurherstelprojecten?

Die vragen worden beantwoord in het nieuwste nummer van De Levende Natuur. Eerder al deelden de onderzoekers - onder wie Casper van Leeuwen, Hui Jin en Liesbeth Bakker van het NIOO - hun bevindingen in het internationale wetenschappelijke tijdschrift Ecological Solutions and Evidence. En die bevindingen zijn positief. "Vijf jaar nadat het eerste stukje land boven het water uitkwam, blijkt dat de natuur snel profiteert van het nieuw gecreëerde gebied."

Ontwikkeling van het voedselweb

De NIOO-onderzoekers keken, samen met onderzoekers van de Radboud Universiteit en Rijskuniversiteit Groningen, naar de ontwikkeling van het voedselweb op de Marker Wadden: de manier waarop organismen verschillende, met elkaar verweven voedselketens vormen.

Aan de basis van dat voedselweb staan algen. Het doel van de nieuwe eilanden was om de opwerveling van fijn slib tegen te gaan, zodat er onderwater meer licht zou komen voor de algen. Watervlooien en ander dierlijk plankton zouden ongehinderd kunnen grazen op de hogere algenproductie. En de toename van dierlijk plankton zou dan weer de hogere niveaus in het voedselweb stimuleren, met name vis en watervogels.

In de praktijk bleek het inderdaad zo te werken. Al kon het team in het begin alleen metingen doen in geïsoleerde bassins, omdat het opwervelen van het slib elders juist tijdelijk toenam door de aanlegwerkzaamheden. In de bassins vonden ze o.a. veel larven van dansmuggen en aasgarnaaltjes, en waterplanten die verder in het noordoosten van het Markermeer niet veel voorkomen. Deze vroege observaties laten zien dat "het creëen van luwte tegen golven op het Markermeer binnen drie jaar grote effecten kan hebben op verschillende niveaus in het aquatische voedselweb."

Voedsel voor vissen en vogels

Ondertussen ontwikkelde zich in de nieuw aangelegde moerassen binnen de ringdijken al binnen één groeiseizoen vegetatie zoals moerasandijvie: een typische 'pioniersplant'. Minder spontaan verliep de komst van riet. Wortelstokken en zaad werden ingeplant en beschermd tegen vraat door grauwe ganzen. In stukken waar dat niet gebeurde, bleef er nauwelijks iets van over. Maar intussen breidt het riet zich vanuit de beschermde kernen langzaam uit.

Verrassend gauw bleken de nieuwe eilanden ook aantrekkelijk te zijn voor vis. Tussen 2018 en 2020 vond Sportvisserij Nederland maar liefst 22 soorten: van spiering, baars en blankvoorn tot aan kleine modderkruiper en snoek. Vogels kwamen eveneens af op de verhoogde productiviteit in het voedselweb, en vonden daarnaast op de eilanden veilige broedplekken, (nog) zonder dreiging door landzoogdieren.

Soorten zoals de oeverzwaluw kwamen vooral af op de grote aantallen insecten, terwijl in het warme, ondiepe en beschutte water veel voedsel te vinden is  voor o.a. kluten en slobeenden. Van een andere soort - de ijseend - werd op de Marker Wadden zelfs het eerste nest met kuikens ooit in Nederland vastgesteld. Conclusie: de overgang naar een rijker en complexer voedselweb met hogere diversiteit is al na een paar jaar een feit.

(Tekst loopt door onder de foto's)

Images
  • Foto: Perro de Jong / NIOO-KNAW
    Onderzoekers Liesbeth Bakker en Hui Jin
  • Foto: Perro de Jong / NIOO-KNAW
    Moerasandijvie: een typische pioniersplant
  • Foto: Perro de Jong / NIOO-KNAW
    Grauwe ganzen

Voedsel voor vissen en vogels

Ondertussen ontwikkelde zich in de nieuw aangelegde moerassen binnen de ringdijken al binnen één groeiseizoen vegetatie zoals moerasandijvie: een typische 'pioniersplant'. Minder spontaan verliep de komst van riet. Wortelstokken en zaad werden ingeplant en beschermd tegen vraat door grauwe ganzen. In stukken waar dat niet gebeurde, bleef er nauwelijks iets van over. Maar intussen breidt het riet zich vanuit de beschermde kernen langzaam uit.

Verrassend gauw bleken de nieuwe eilanden ook aantrekkelijk te zijn voor vis. Tussen 2018 en 2020 vond Sportvisserij Nederland maar liefst 22 soorten: van spiering, baars en blankvoorn tot aan kleine modderkruiper en snoek. Vogels kwamen eveneens af op de verhoogde productiviteit in het voedselweb, en vonden daarnaast op de eilanden veilige broedplekken, (nog) zonder dreiging door landzoogdieren.

Soorten zoals de oeverzwaluw kwamen vooral af op de grote aantallen insecten, terwijl in het warme, ondiepe en beschutte water veel voedsel te vinden is  voor o.a. kluten en slobeenden. Van een andere soort - de ijseend - werd op de Marker Wadden zelfs het eerste nest met kuikens ooit in Nederland vastgesteld. Conclusie: de overgang naar een rijker en complexer voedselweb met hogere diversiteit is al na een paar jaar een feit.

Natuurherstel in een dichtbevolkt land

Voor het project stond de natuur er slecht voor, schrijven de onderzoekers in De Levende Natuur. Dat kwam onder andere door de Houtribdijk: een harde afscheiding tussen het Markermeer en het IJsselmeer, begin jaren zeventig aangelegd als voorbereiding op poldervorming. Die polder - de Markerwaard - kwam er uiteindelijk niet, maar de dijk weghalen is "geen optie" vanwege voor de mensen belangrijke ecosysteemdiensten zoals de waterveiligheid. 

Klassiek natuurherstel door terug te gaan naar de oorspronkelijke situatie - waarbij uitsluitend gelet wordt op de natuurwaarde - is in ons dichtbevolkte land wel vaker niet mogelijk, of wekt grote weerstand op. De Marker Wadden laten zien dat het dan toch mogelijk kan zijn om de natuur te herstellen: het Markermeer kreeg weer geleidelijke land-waterovergangen, en het voedselweb werd van onderaf gestimuleerd.

"Dit project", concluderen de onderzoekers daarom, kan dienen "als voorbeeld van een nieuwe vorm van ecosysteemherstel, waarbij de natuurwaarden van een gebied (deels) hersteld en verder ontwikkeld kunnen worden door ruimte te maken voor natuurlijke processen die passen bij het ecosysteem dat er ontstaan is door menselijke activiteiten." Dat is zeker in deze tijd van snelle achteruitgang een hoopvolle conclusie.

Naar de ontwikkeling van voedselbronnen wordt onderzoek gedaan door een team van het NIOO, de Universiteit Groningen en de Radboud Universiteit, samen met Natuurmonumenten. Het project is gefinancierd met geld van het Gieskes-Strijbis Fonds.